Btw op digitale producten: 21%, 9% of helemaal niets?

Een e-book is 9%, een videocursus 21%, en zodra je EU-klanten boven een bepaald bedrag komen verandert het opnieuw. De regels op een rij, met de valkuilen die makers het vaakst missen.

8 september 2026·8 min lezen

Van alle vragen die makers stellen over digitale producten verkopen, gaat de helft over btw — en meestal pas nadat er al verkocht is. Dit is de structuur waar het om draait. Verifieer de details voor jouw situatie altijd bij de Belastingdienst of een boekhouder: dit is een overzicht, geen fiscaal advies.

Stap 1: reken je überhaupt btw?

Blijft je jaaromzet onder de €20.000, dan kun je kiezen voor de kleineondernemersregeling (KOR). Je rekent dan geen btw aan je klanten en trekt ook geen voorbelasting af. Dat is aantrekkelijk als je vooral aan particulieren verkoopt: je product wordt effectief 21% goedkoper zonder dat jij minder overhoudt.

De keerzijde: je mag de btw op je eigen kosten — camera, software, laptop — niet terugvragen. Wie in een jaar veel investeert, is met de KOR soms juist slechter uit. En de KOR is een keuze met een looptijd, geen knop die je per maand omzet.

Stap 2: welk tarief hoort bij je product?

Het uitgangspunt voor digitale producten is het algemene tarief van 21%. Een digitale dienst — software, een videocursus, een membership, toegang tot een platform — valt daaronder.

De belangrijkste uitzondering is 9% voor digitale publicaties. Sinds 2020 worden e-books voor de btw gelijkgesteld aan papieren boeken, en dat verlaagde tarief geldt in 2026 nog steeds. Het gaat dan wel om iets dat herkenbaar een uitgave is: een samenhangend geheel dat je leest, niet een verzameling losse bestanden. Een pdf-gids die je één keer downloadt kan als e-book gelden; een cursus die vooral uit video, quizzen en interactieve onderdelen bestaat niet.

De grens is niet altijd scherp, en daar zit een praktisch gevolg dat mensen missen: verkoop je een e-book (9%) en een videocursus (21%) samen als bundel, dan moet je de btw splitsen naar verhouding van de losse prijzen. Twee tarieven in één product is administratie die je kunt voorkomen door ze apart aan te bieden.

Voor cursussen bestaat daarnaast de onderwijsvrijstelling, bijvoorbeeld via een CRKBO-registratie. Voor online cursussen geldt dan de extra eis dat er interactie mogelijk is tussen docent en deelnemer — een puur opgenomen cursus valt er meestal buiten.

Stap 3: waar zit je koper?

Hier gaat het bij digitale producten anders dan bij fysieke. Een digitale dienst wordt in principe belast in het land van de klant. Voor particuliere klanten in andere EU-landen geldt eerst één gezamenlijke drempel van €10.000 per jaar, over al je intra-EU afstandsverkopen en digitale diensten samen.

Onder die drempel reken je gewoon Nederlandse btw. Ga je er in een jaar overheen, dan reken je vanaf de factuur waarmee je over de grens gaat het btw-tarief van het land van je klant — en het jaar daarna blijf je dat doen. Aangifte per land voorkom je met het éénloketsysteem (de Unieregeling, ook bekend als OSS): één aangifte bij de Belastingdienst, die het geld doorzet naar de betreffende landen.

Het bijhouden van die drempel is jouw verantwoordelijkheid, niet die van je verkooptool. Bij een betaallink zie je het land van de koper terug in je transactieoverzicht; exporteer dat periodiek en tel op.

De vier fouten die het vaakst voorkomen

Prijzen exclusief btw communiceren aan particulieren. Aan consumenten toon je een prijs inclusief btw. Adverteer je met €25 en reken je bij het afrekenen €30,25, dan klopt dat niet — en je conversie ook niet.

Vergeten dat de btw uit je verkoopprijs komt. Verkoop je voor €25 inclusief 21%, dan is €4,34 daarvan btw en houd je €20,66 over vóór transactie- en platformkosten. Reken terug vanaf wat je wilt overhouden.

Denken dat "particulier verkopen" btw-vrij is. Wat telt is of je structureel handelt, niet of je een KVK-nummer hebt. Elke maand een product verkopen is structureel, ook zonder inschrijving.

Het land van de koper niet vastleggen. Zonder dat gegeven kun je de EU-drempel niet aantonen en de OSS-aangifte niet invullen. Bewaar het vanaf je eerste verkoop, niet vanaf het moment dat je het nodig hebt.

Wat je nu concreet kunt doen

Bepaal in welke categorie je product valt (publicatie of dienst), kies bewust wel of niet voor de KOR, en zorg dat je per transactie het land van de koper bewaart. Meer over de ondernemerskant staat in digitale producten verkopen als zzp'er. Twijfel je over het tarief van jouw specifieke product, dan is één gesprek met een boekhouder goedkoper dan een naheffing.

Veelgestelde vragen

Welk btw-tarief geldt voor een e-book?

In de regel 9%, omdat digitale publicaties sinds 2020 gelijkgesteld zijn aan papieren boeken. Bestaat het product vooral uit video, software of interactieve onderdelen, dan is het geen publicatie meer en geldt 21%.

Moet ik btw rekenen aan een klant in Duitsland?

Onder de gezamenlijke EU-drempel van €10.000 per jaar reken je gewoon Nederlandse btw. Kom je erboven, dan geldt het tarief van het land van je klant en regel je de aangifte via het éénloketsysteem (OSS).

Kan ik met de KOR digitale producten verkopen?

Ja, tot een jaaromzet van €20.000 — je rekent dan geen btw en trekt geen voorbelasting af. Voor grensoverschrijdende verkoop binnen de EU gelden aparte regels, dus check die apart als je ook buiten Nederland verkoopt.

Wat als ik pas achteraf ontdek dat ik btw had moeten rekenen?

Dan is de btw alsnog verschuldigd, en die komt uit je eigen marge omdat je hem niet meer bij de koper kunt ophalen. Corrigeren kan, en hoe eerder je het met de Belastingdienst of een boekhouder oppakt, hoe kleiner het bedrag.

Verder lezen

iDEAL wordt Wero: wat betekent dat als je online verkoopt?

Lezen

Je cursus verkopen zonder platform: hoe je het zelf regelt

Lezen

Klaar om je eerste bestand te verkopen?

Geen creditcard, binnen een minuut online.

Gratis beginnen